Ganzen maken achtbaanvlucht

Indische ganzen die de Himalaya over vliegen, kiezen daarbij een opvallende strategie. In plaats van continu op dezelfde hoogte te blijven, bewegen ze met de vorm van de bergen mee. Dat levert ze een achtbaanritje op waarbij ze grote hoogteverschillen meemaken. Toch kost dat minder energie dan continu op grote hoogte te vliegen, schrijven wetenschappers vandaag in Science.

De grote en zware Indische gans is een van de hoogst vliegende vogels. De dieren vliegen ieder jaar van hun broedgebied in Mongolië, over de Himalaya, naar Zuidoost Tibet of India om te overwinteren. De hoogst vlucht ooit gemeten, was op 7290 meter. Dat is bijzonder aangezien de dieren op die hoogte te maken hebben met zeer ijle lucht die veel minder zuurstof bevat. De lucht hoog in de bergen bevat weliswaar vrijwel hetzelfde percentage zuurstof als op zeeniveau, namelijk 21%, maar op grote hoogte is de druk lager. De lucht bevat daardoor minder deeltjes. De absolute hoeveelheid zuurstof neemt daardoor af. Om met die lage druk, lage zuurstofhoeveelheden en de kou om te gaan, heeft het dier een aantal bijzondere aanpassingen. Zoals een groter vleugeloppervlak dan andere ganzensoorten met een vergelijkbaar gewicht. Ook nemen ze efficiënter zuurstof op.

Nyambayar Batbayar, Science

Energie besparen

Een internationaal team van wetenschappers wilde weten wat de gans verder doet om de tocht naar zijn overwintergebied zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Ze gaven zeven ganzen een apparaatje mee dat hartslag, temperatuur, omgevingsdruk en lichaamsbewegingen mat. Met behulp van de gegevens over de druk, bepaalden de wetenschappers de hoogte. Tot hun verbazing vlogen de ganzen op en neer door het landschap, waarbij ze soms sterk afdaalden, waarna ze niet veel later weer terug moesten naar de vorige hoogte.

Verder zagen de wetenschappers dat het aantal vleugelslagen groter werd naar mate de dieren in ijlere lucht kwamen. De hartslag van de vogels nam exponentieel met het aantal vleugelslagen toe. Een kleine verandering in het aantal vleugelslagen, bijvoorbeeld 5% meer, zorgde voor een hartslagtoename van 19%. Hieruit leidde het onderzoeksteam af dat het de dieren teveel energie zou kosten om continu horizontaal op grote hoogte te vliegen. Door lager te vliegen waar dat kan, besparen de dieren energie, ook al moeten ze dan af en toe weer klimmen. Bij het stijgen, maken de dieren bovendien slim gebruik van de wind. Vaak vliegen ze aan de windzijde van de vallei waar ze profiteren van lucht die omhoog wordt geduwd.

Groep Indische ganzen op een meer in hun broedgebied in Mongolië. De dieren met het groene bandje deden mee aan het onderzoek. Bruce Moffat Photography, Science

Hoewel de dieren weleens boven de 7000 meter zijn waargenomen, vlogen ze in 98% van de waarnemingen onder de 6000 meter. Zeven van de acht hoogst gemeten vluchten, waren tijdens de nacht. Dat komt omdat de lucht ‘s nachts kouder is en minder ijl. Hierdoor kost een vlucht voor een gans dan minder energie. Dus door slim gebruik te maken van de wind, door ’s nachts en in achtbaanvorm te vliegen, kunnen de zware dieren flink energie bezuinigen. Wie zei dat ganzen dom waren?

Bron:

  • Bishop, Charles M. et al., The roller coaster flight strategy of bar-headed geese conserves energy during Himalayan migrations, Science (16 januari 2015). DOI:10.1126/science.1258732

Dit artikel verscheen 15 januari 2015 op Kennislink.nl

Print Friendly, PDF & Email