Pinguïns hebben weinig smaak

Pinguïns verslinden de nodige kilo’s vis per dag. Helaas proeft het beest er maar weinig van. Chinese wetenschappers hebben ontdekt dat de pinguïntong maar twee van de vijf basissmaken proeft: zuur en zout. De hartige smaak umami, zoet en bitter zijn ze verloren.

Mensen en de meeste andere gewervelde dieren kunnen vijf verschillende basissmaken onderscheiden. Ze worden door een eigen smaakreceptor herkend die op de tong en in de mondholte liggen. Bindt de stof aan de receptor, dan gaat er een signaal naar de hersenen en proef je wat je eet. Door onze smaak (en onze reuk) onderscheiden we voedzaam van schadelijk voedsel.

Kreupel gen
Uit het onderzoek van de Chinese genetici dat in Current Biology werd gepubliceerd, blijkt dat pinguïns het met weinig smaak moeten doen. Collega wetenschappers van het BGI instituut tipten de onderzoekers dat ze geen receptoren voor bepaalde smaken konden vinden bij de Adélie- en keizerspinguïn. De Chinese genetici doken in het DNA van vijf pinguïnsoorten en zagen dat de zoetreceptor volledig ontbrak, net als bij andere vogels. Het gen voor de umamireceptor was bij sommige pinguïnsoorten nog wel aanwezig, maar kreupel geraakt. Het kan niet meer worden afgelezen. Ook in de genen die voor de bitterreceptor coderen, zijn tijdens de evolutie foutjes geslopen.

V.A. Viblanc

Als de pinguïn dus iets kan proeven is het zout of zuur. Als. Want uit eerder onderzoek uit 1998 blijkt dat de pinguïntong verhoornd is. De wetenschappers die de pinguïntong destijds onder de microscoop bekeken, zagen geen enkele smaakpapil. Wat overigens niet wil zeggen dat ze er ook niet zijn, misschien zijn het er gewoon te weinig om te zien. De tong bevat in ieder geval vele weerhaakjes, waardoor gevangen vissen niet kunnen ontsnappen. Na vangst slikken de beesten de vis in een keer door, zonder te kauwen. Daardoor merkt hij waarschijnlijk niet eens dat hij zo’n slechte smaak heeft. Maar misschien zijn zijn eetmanieren wel het gevolg van die slechte smaak.

Om bedorven voedsel te herkennen, hebben de dieren gelukkig hun reukvermogen nog. Maar er zijn geen aanwijzingen dat dit sterker is ontwikkeld dan bij andere vogels, laat een van de wetenschappers per mail weten.

Opgeofferd
De gemeenschappelijke voorouder van pinguïns verloor dus de smaken umami en bitter. De zoete smaak was toen al verdwenen. Als reden voor het smaakverlies, opperen de wetenschappers dat alle pinguïnsoorten oorspronkelijk uit Antarctica komen. Ook de soorten die nu in warmere gebieden leven. En een belangrijke hulpreceptor, die de signalen voor bitter, zoet en umami aan de hersenen door moet geven, werkt niet bij de ijzige watertemperaturen waarin de pinguïn zijn vis vangt.

Diezelfde hulpreceptor speelt in muizen een rol in het waarnemen van feromonen en bij de afgifte van insuline. Die taken spelen zich binnen in het lichaam af waar hogere temperaturen heersen. Wellicht heeft de hulpreceptor die functie ook bij pinguïns. Dat is nog niet bekend. Als dat zo is, dan moest de receptor dus zowel bij hoge (afgifte insuline en waarnemen feromonen) als lage temperatuur functioneren (doorgeven smaaksignalen). Dat is niet optimaal. Als zo’n dilemma zich voordoet tijdens de evolutie, is de ervaring dat meestal alleen de belangrijkste functie bewaard blijft tijdens natuurlijke selectie. Dan zou de smaak dus opgeofferd zijn voor de andere lichaamstaken. Maar of de receptor die dubbelfunctie had, moet nog blijken.

Bron:

  • Huabin Zhao, Jianwen Li, Jianzhi Zhang, Molecular evidence for the loss of three basic tastes in penguins, Current Biology, februari 2015

Dit artikel verscheen 20 februari 2015 op Kennislink.nl

Print Friendly, PDF & Email